Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 145 -
436 Goed' of quade, hoese komen.
Stelt noyt geen geloof in droomen.
4ä7 Weest op u hoê.
En wacht u koe.
Voor een beroyt Soldaat,
Die sonder Mantel 1) gaet.
438 De Tong, die lieffelick wel spreken kan,
Maeckt een Verrader tot een eerlick Man.
439 Van veel geswets niet veel Verheugens,
Van lange Reisen lange Leugens 2).
440 Van den Ouden
Raed behouden.
■Hl Of hy een Ezel wat gelijck is.
God gev' my maer een Man, die rijck s.
442 Laets' haer' lust met seggen boeten,
Die mijn aelmoes eischen moeten.
443 Den Hemel stae ons by, daer Meisjens kundigh zijn
In konst van Waerseggen, en Vrouwen in Latijn.
444 Voor een jong Bidder en een ouden Vaster,
Houd' ick mijn Mantel meestendeel wat vaster.
445 't Is by de Kaers noch meer noch min:
Een Joffer of een Ezelin.
446 Den Hemel will' den goeden,
Tot aller tijd behoeden,
Van een niew Officier,
En van een oud Barbier.
447 't Beurt, dat een Vaêr, die Heiligh leeft.
Een Duyvel tot een Soontjen heeft.
1) Het Spaansche Kapotjas ware hier meer Hollandsch dan 't schijnbaar
;r Holl. Mantel. 2) In 't Spaanecb alleen de laatste regel.
HUYCtENS. V. 10