Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 144 -
422 Of ziedt de Sneew of doetse stampen,
Daer komt maer Water uyt en dampen.
423 Van 't stille Water wacht u vry,
Het loopende gaet haest verby.
424 Van Hoeren en van as-graeuw laken,
't Best, daer men bestkoop aen kan raken.
425 Voor toornigh volck weest somtijds bang;
Voor Swijgers al uw leven langh.
42^i Lange mijlen leggen
Tusschen doen en seggen.
427 üie scherp end van den Trccht 1)
In t Vat steeekt, neemt het recht.
428 Voor Brand bewaert men licht sijn vel,
Maer voor een Booswicht niet soo wel
429 't Water komt al verr' van daen.
Dat den Molen om doet gaen.
430 't Is altijd winst.
Van 't quaed het minst.
431 En denckt geen Vriend soo goed.
Dien ghy getuyge neemt van 't quade dat ghy doet.
432 Het quaed, daer yemand meest voor vreest,
Is menighmael sijn Dood geweest.
433 Gaet op 't getal niet liggen slapen,
Dc Woli eet wel getelde Schapen.
434 En wilt noyt Vechtelingen by zijn,
Wilt ghy Getuyge noch Party zijn.
435 Van mijn Gevaêrs Brood aen mijn Pil 2),
Een stuck soo groot ais hij self wil.
1) Anders: Trechter, 2) Pupil, petekind.