Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
1298
395
396
397
318
399
400
401
402
403
— 142 —
Soo u de Duyvel niet en dient,
Wacht u van een versoenden A^riend,
Onder Coiffe 1) en onder Huyck,
Meestal eenerhande pruyck:
Ofse bruyn is, ofse blanck is,
't Is soo breed schier, als het lanck is,
Daer schuylt wel onder een goed Kleed
Een Booswicht, dat men 't met en weet.
Men siet haest aen een Kalf sijn wesen.
Wat dat het voor een Os sal wesen.
Die op de Feest de Bruyd het Huys afwinnen.
Zijn Sotten en Sottinnen.
Een Koover, die een Koover heeft verwonnen.
Voor air sijn buyt en krijght niet als de Tonnen.
Diens brood ick breeck.
Diens lof ick spreeck.
Een duym breed op 't Rapier, een hand-breed op
Is in 't gevecht een groote kans. (de Lans,
Van waer zijt ghy, brave quant?
Van mijn Huysvrouws Vaderland.
Daer m' uyt tapt en niet in en ^iet,
Daer gaet het vaetjen haest te met.
404 Twee Koffers had een Vent van amoureusen kop,
't Een liet hy open staen, het ander brack m'em op.
405 Alle dingen op sijn pas:
Denckt wat langh, en doet wat ras,
406 Daer mijn Beursjen hanght op zy,
Houdt mijn Wijfjen meest van my.
407 Zy komen ons van buyten.
Die ons ten huyse uit fluiten.
1) Kapsel.