Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 141 -
382 De Dief meent, waer by by is,
Dats' alle zijn als hy is 1).
383 Soo ey uw Kind geeft quaed voor quaed,
Denckt, dat het naer het Gasthuys gaet.
384 Wat magh God Amandels geven,
Daer de tanden een begeven?
385 Dien de Tanden meer niet kunnen,
Siet men God wel Boonen gunnen.
386 Siet, wie u wat gegeven heeft.
De gift gelijckt aen diese geeft,
387 Gaven sonder spreken
Konnen Kotsen breken.
388 Een quaê Gift kan vier handeu krenckcn,
Twee diese nemen, en twee and're diese schencken.
389 Geef m' een Stoel, daer ick op rust';
'k Weet, waer te leenen als 't my lust.
390 Thoont my een Klaverblad van tween, ick sal u
(thoonen,
Waer ghy een Meisjen moogt verkiesen uyt veel
(schoonen.
391 Hoe ghy liever Leven leeft,
' Hoe ghy meer voor vallen beeft.
■392 Leert geven en houden,
Soo blijft ghy behouden.
393 Ick hebb' geen recht van Wraeck
Van wie 't zy; *t is Gods saeck :
Moet ick my van een Herder wreken.
Mijn Hoofd is daerom niet te breken;
Dat laet ik Sneeuw en Kegeu doen,
Die sullen 't wel te degen doen 2)
1) Portugeesch. 2) Twee Ppaansche regels tot zes Ilollandsche uitgebreid.