Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 139 -
354 Sy^ eet met u, sy light met u in 't Bed,
Die u twee tacken op het voorhoofd set.
355 Met langh druppen achter een,
Boort de Goot wel door den Steen.
356 Leert noch Gebuer noch Vrieud geloven.
Die u in "t aensicht derven loven
357 Wordt een Pion een Koningin,
Daer magh geen Schaeckstuk tegen in,
358 Men suyvert met den Wind het Koren van het Kaf,
De Sonden met de Straf.
359 't Is geen slagh, om een Wolf te nooden.
Om een ander meê te dooden.
360 Soo gaet het met veel saecken: (raecken.
Men derft wat onrechts doen, om aen wat rechts te
361 Ken Hert, van valsche kunsten vry,
En hoedt sich voor geen schelmery.
362 Een Hert, dat naer sijn Hoofd wil leven,
En lijdt niet, dat men 't raed mag geven.
363 Man! ghy hebt twee Horens aen;
Vrouw! waer weet ghy dat vau daen?
364 Een taeye Snel-riem van goed leêr"
Geeft een qua jongen een goê Leer.
364 Mond-beleeftheit is een kost.
Die veel geldt en weinigh kost.
366 En saeyt niet in uw Land
't Saed, dat ter Merckt blijft aen de hand.
367 Wat goê manieren en wat Geld
Maeckt Öonen Jonckers met geweld.
368 \\ staet de Schoone Meerl),
l) Merrie.