Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 138 -
340 Gaet vry uw oude gangen,
Die Windhond heeft u wel een ander Haes gevangen,
341 Siet, hoe men aen verandringh raeckt,
Van dat Stof is dit Slijck gemaeckt.
342 In Weelde sietm'er veel gewennen,
Haer selven nauwelicks te kennen;
Soo haest mens' uyt de weelde siet.
En kentse weder niemand nief.
343 Gaet te biechten en betaelt,
Mergen werdt ghy wegh gehaelt.
344 Met Keerssen en goê Wachten
Kan m' hem voor Horens wachten.
345 Neemt Yser en Azijn,
Daer goeden Int moet zijn.
346 Die met Geld jockt of met Vrouwen,
't Sal hem vroegh of laet berouwen.
347 Het Wapen van uw kracht
Stelt noyt in Vyands macht,
348 Dat de Lever kan genesen,
Kan de Milt ondienstigh wasen.
349 Dat Glaertjen kan genesen,
Kan Maertjen schad'lick wesen,
340 Het Huvsgesin en heeft geen tier,
Daer Spinrock baes is van Kapier,
351 Luyden van Krackeel en Haer 1),
Veel lands tusschen u en haer.
352 Aen Sangh en Spel en Peerden mennen.
Kan m'yder een sijn' sotheit kennen.
353 Al stond u Vriendenraed niet aen.
Stelt hem te boeck, en laet hem staen.
1) Versta: op de tanden, barsche Ini.