Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 137 -
326 Eu looüt niet op een ydel hoop,
De Wolf en heeft geen Vleesch te koop.
327 't Is meesterlick profijt, ghy moo^hter wel op uyt ziju:
Twee Viskeus ingekocht, voor vijf die wel gefruytl) zijn.
328 Noyt saghmen een onschoone Vrouw,
Als s* opgeschickt was, soo se souw.
329 Met Suycker en met Honigh soud* een Stront
Soet worden in den Mond.
330 Het Water, eens voorby gevloeyt,
Eu maeckt niet, dat de Meulen spoeyt.
331 Met kunst en met bedrogh beleeft men 't halve Jaer;
En met bedrog en kunst het ander halv' daer naer.
332 Slechten Adel kan men decken
Met goê Kleeren aen te trecken.
333 Gebruyckt een yeder lit, daer toe 't sijn last ont-
(foug:
Spreeekt met de Hand niet, want ghy naeyt niet
(met de Tong.
334 Goede Vriend en goede Wijn
Moeten éénerhande zijn.
335 'k Heb met een Koning liggen mallen.
En op een Hoer is 't uyt gevalllen.
336 Noch Oogh, noch Trouw en kan yet velen;
Ick wil met geen van beiden spelen.
337 Ken goed Knecht betert, als gh' hem slaet.
Een quade werdt noch eens soo quaed.
338 De Mispel rijpt, en werdt haer trecken quijt,
In weinig Stroo en in geen langen Tijd.
339 De Borstel kan het Laken,
De Hand de Zy schoon maken.
1) Gebakken.