Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 136 -
315 Aen een ^oê Tafel wel geseten,
Een Mes in schee, is half gegeten.
316 Ghy lijckent allerbest een ouden Koolsack, Heer!
Van buyten quaed en vuyl, van binnen nog veel meer.
317 Hoe komt uw Vrouw soo dick en menighmael met
(Kind?
Door dien ick 't jonghst van alF altoos meest heb
(bemint.
318 Hoe 'ck dieper ben in gunst geraeckt,
Hoe my meer quellingh heeft genaeckt.
319 Waerom en grimt u Meester uiet?
Om dat gh' em ongehylickt siet.
320 Gaet sus of soo te werck.
De Herbergh valt altoos veel naerder dan de Kerck 1).
321 Hoe komt ghy kael van Hoofd en Kin?
Met nu en dan een haerken min.
322 Hoe gaet u leven, Man?
Met schreyen altemet, met lacchen nu en dan.
323 Soo sietmen 't somtijds gaen: (hem aen.
Dry Meiskens tot een Schoen, de vroegst' op, treckt
324 Geselschap maer van één.
Geselschap als van geen;
Geselschap van één meer,
Geselschap van den Heer;
Geselschapken van dry,
Dat heet geselschap vry;
Geselschap van twee tweeu2),
De Duyvel op de been.
325 Keurt alle ding met onderscheit;
Dier koopen is geen mildigheit.
1) Portugeesch 2] Vier.