Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 132 ~
265 Is de Wagen
Omgeslagen,
Laet liem steken, laet hem breken,
Niemand wilder hand aen steken l).
266 Die 't Huys uyt veeght, en deckt den Dis,
Wacht gasten, of mijn gis is mis.
267 't Huys, dat twee Deuren opeu houwen.
En kan men niet altoos betrouwen
Aen allerhande slagh van Vrouwen.
26S Ons huys sal eerst na desen
Volmaeckt in alles wesen.
269 Bruyd! ick hebb' u heftig lief.
Om uw goed en fijn gerief.
270. 't Is redelick gewenscht, als yemands luck 2) soo groot
(waer:
't Huys van een Vader, en eeu Wijngaerd van een
' (Groot-vaêr.
271 Trouwt uw Soon, als ghy 't hem gunt,
En uw Dochter, als ghy' kunt.
272 Hebt Huysiugh min noch meer, als u ter wooningh
(dien'.
Hebt Wijneu min noch meer, als uw Gesin met
(eeren
Ten oorboor kan verteren;
Hebt Landen min noch meer, als ghy kont oversien.
273 Een Huys kiest, dat gemaeckt is,
Een Wijngaerd, die gestaeckt3) is
274 Daer Vred' is uytgegaen.
Kan 't Huys niet langh bestaen.
1) Portugeesch. 2) Geluk. 3) Opgebonden.