Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 -
252 Daer den Hond te harde leekt,
Komt wel, dat hy 't bloed uit treckt.
253 Des morgens vroegh schreeuwt het Patrijs,
't Sou blijven slapen, waer het wijs.
254 Het Haentje kraeyt, eu 't Hoentje wil t' wel weten:
Het huys vergaet, daer Meel gebreeckt om t' eten,
255 De Kickvorsch singht gerust en stijf,
En heeft noch haer noch wol om 't lijf.
256 Veeltijts op éénen dagh doen wy verscheiden werck:
Wy schreyen binnens Huys, en singen in de Kerek.
257 De Kan, die veel te water gaet.
Licht, dats' een scherfken achter laet.
258 De slechtste wil sijn singen
Een yeder overdringen 1).
259 Niew Schoentjen, hoe langh sult ghy 't herden?
Tot dat ghy 't smeeren moê sult werden.
260 Goê Schoenen, 't zijse niew genaeyt zijn of verouden,
Ziju beter aen den Voet als in de Hand gehouden.
261 Capoenen van acht Maenden oud.
Zijn Koniugen haer rechte bout 2).
262 Siet gh' een traegh Schip achter blijven,
Laedt het wel, 't sal beter drijven.
263 Wat is naer de Liefde leven?
Wel betalen, wel vergeven.
264 Men hoeft my niet te nooden
Tot Schotelen geladen
Met Vleesch, dat eens gesoden
Eu dan eens is gebraden.
pdringen. 2) kluifjen.