Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 130 —
238
Daer elck gekipt is, is hy best,
En yeder Musken in sijn nest.
239 Een yeder moet sijn Beenen strecken,
Soo Verr' sijn Deken uyt kan recken.
240 Een yeders levens tijd gaet met het schreyen aen;
Daer zijnder weinige van lacchen uytgegaen.
241 Een Qaeepeer en een stront
Zijn bey geel en bey rond.
242 Een Koortsjen in de May,
Het heel Jaer fris en fray 1).
343 Najaers Koortsen noodelick2):
Of heel langh bf doodelick.
244 Houdt den Mond en roert de Hand,
Soo te "Water ais tc Land.
245 Doet d'Oogen op en houdt u Tongen,
Wy krijgen 'tMoêrhoen met de jongen.
246 Geeft en swijght,
Spreeckt en krijght.
247 Laet Tongen stille leggen.
En laat Papieren seggen.
248 Een Keiser 3) moê gegaen,
Soo hy geen Paerd en krijght, slaet wel een Ezel aen.
249 Den Ezel manck, de Borse plat,
En dienen niet op 't Koomsche pad.
250 Laet eens de Kloek geborsten wesen.
Geen handen konnense genesen.
251 Met 4) als 't Licht uytgesnoten werdt,
Werdt alle dingen 5) even swert.
1) Vrolijk. 2; noodzakelijk. 3) Thans in verlengden vorm Reiziger.
4) Tevens, zoodra. 5) Maatshalve voor ding, dingk.