Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 4 -
de Stichter van Hofwijck is haer te lief, om een stiicks-
ken Wercks van den Dichter te verwerpen. Een stueksken
Bywercks noemde ick het beter: dewijle wy heel wel.weten,
en qualick gelooven können, dat by daer aen al gaende
en staende niet meer en heeft besteedt als de brockelingen
van vier der druckste niaenden, die hy beleeft heeft, sonder
dat yemand getwijffelt hebbe, dat liy in 't gewoel van soo
vele andere besigheden jet suicks onder de leden soude
hebben. Nu het Kind sehielick ter wereld is gekomen, ende
my, den oudsten van de Voor-kinderen, als het jonghste
van *t tweede Bedd', vertrouwt, weet ick het niet beter
te besteden als by IJ E., beider oudste Moeye, die ick
wensclite. dat sich somwijlen daer mede wilde verlusten
tegens de swaermoedigheden, die haer overigh mogen zijn
zedert sy de twee lieve derdendeelen van hare eigen Bedde-
vruchten uyt der tijd heeft sien haelen; wel goeds tijds 1),
na ons gevoelen, maer ontwijffelick te goeder tijd, dewijl
het Gods tijd was. Hem bid ick, ü E. in alle tijden ende
naer alle tijden te segenen met tijdelick ende eewigh wel-
zijn, blijvende,
Me Vrouwe en Waetde Moeye,
U E. Ootmoedige Neef en dienaer
C. HÜYGENS 2).
1) vroegtijdig. 2) VerBta 's dichters oudste zoon Christiaan, die de uit-
gave bezorgde.