Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
— 128 -
211 Goed Oor, goê Voet,
De 1) Beest is goed.
212 Is maer 't begin ter degen,
Soo is men al balfwegen.
213 'k Wens, dat by in den Hemel komm',
Die eerst het woord vond van Keer om.
214 Backer! past ghy op uw Koeeken,
Sonder ander werek te soecken.
215 Ai spelende van 't een in 't ander jock,
' Geraekt de Wolf den Ezel aen sijn rock.
216 En jockt niet met den Ezel licht.
Of wacht sijn steert in uw gesicht.
217 Die binnens huys 't spel van een Geck bemint.
Verwacht' het buiten, waer de Geck hem vindt.
218 Ghy soeckt vijf voeten aen een Kat,
Die er noyt meer als vier en had.
219 Moeter meer als Kooren
Tot uw Brood behooren?
220 Anders buyten, anders binnen:
Langh van Locken, kort van Sinnen.
221 Wel singen en schoon Haer
Profijteloose waer.
222 De Geit die wel herkauwen kan,
Daer komt de Melck met hoopeu van.
223 Een snapper is als of men sey:
Veel kaecks 2) op 't nest en noyt een Ey.
224 Of de Kraemer is een bloedje,
Of hy prijst sijn eigen goedje.-
1) Naar *t oorsprookelijke geslacht (bestia.) 2) Gekakel,