Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 126 —
186 Laet ons bly en rustigh wesen, En niet eens voor schulden vreeseu.
187 Wit vriesend weêr Brengt Water neêr.
188 Ofigesond Brood in den mond, Noch voor u, noch voor u^r Hond.
189 Hoe? moeyt' in Huys eu moeyt' op 't Land? Wat Drommel, moeyt' aen alle kant!
190 Die dreight en slaet. Doet noyt groot quaed.
191 Keer om dat blad, Daer staet noch wat.
192 In goede en quade leden Bestaet de kracht der Steden 1).
193 Die wil van Water droncken wesen, Hoeft geen kort tijd-verdrijf te vreesen. Wilt gh' om een Kous 2) te water gaen, Uw leven hebt ghy niet gedaen.
394- Veel gegeews en veel gegaeps. Of veel Hongers bf veel Slaeps.
195 Schoon Water is heel goed gedronken, 't En kost niet, en 't en maeckt niet droncken.
196 De Sneeuw en geeft geen ongeval. Mits dats' op rechte tijden vall'.
197 't Land-leven is bevallick, maer Voor weinigh tijds, niet voor een Jaer.
198 Sommigen staet stelen vry: Goed gerucht deckt Dievery.
1) Portugeesch. 2) Roes, kleine dronkenschap. •