Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 125 -
174 Sy rekent red'lick wel, het Wijf,
Maer H Kind noch beter in haer lijf.
175 Uw Mantel is u niet te kort.
Indien hy maer niet nat en wordt.
176 Soo goed, soo quaed ais 't kan,
'k Ben een getrouwde Man.
177 Men kent het Goed, dat quilt is.
Niet eer, dan als 't geen tijd is;
Men kent verloren Goed
Eerst als men 't missen moet;
Al die sijn Goed verquist,
Kent het niet, eer hy 't mist
178 De Doren weet seer wel,
Waer dat hy steeckt in 't Vel.
179 De wijse Man weet, dat hy niet en weet.
De sotte meent, hy weet van als 1) bescheed.
]80 De Vos, die sich vermaeckt,
Weet wel met wien hy schaeckt.
181 St. Pieter is heel wel te Koomen,
Wordt hem de Kroon slechts niet genomen,
182 Laet de Kat eerst brassen,
Daer na sals* haer wassen.
183 'k Weet wel, wat ick wil bedieden,
Als ick Brood bid 2) van de lieden.
184 Het is wel goed op goed gehoopt.
Een Botram, diem' in Honigh doopt.
185 Ongeluck is wellekom
Mits het maer alleen en komm'.

\) Alles. 2) bedel.