Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 124 -
159 Nat en geseept te voren,
Soo goed als half gesehoren.
160 Dryverwi^h in den Baerd,
Verrader in den aerd.
161 Daer 's geen Barbier bynaer,
Als geck of kaeckelaer,
162 Het buyckje goed gevoedt,
Het slaepen in den Voet.
163 Dans ick soo wel als yemand daossen magh.
Wat hebt ghy my te stooten nvt het lagh?
164 Een schoon Man by de Vrouwen,
Is niet voor arm te houwen.
165 't Is de beste vriend die 'ck weet.
Die sijn Broodje met my eet.
166 't Lecker beetjen is wel soet,
Waer het niet soo dieren goed.
167 Wel geluckigh is de Man,
Die sich selven straffen kan.
168 Het Beestje, dat gemacklick gaet.
Voor my, niet voor mijn Cameraed,
169 Goed Eten en goê Dranck in 't lijf,
Maeckt t' samen een soet tijd-verdrijf.
170 Quaed gebruyck in doen of leggen,
Is seer quaelick af te leggen.
171 Hy is 't, die van beminnen weet.
Die noyt sijn Vrienden en vergeet.
172 Niet wel gebrast,
Is wel gevast.
173 't Is wel, sonder Doetoor te weten:
Van veel eten komt qualick eten.