Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 123 -
144 Hoe grooter Visch, hoe grooter leugen,
Hoe visch en leugen beter deugen 1).
145 Geeft ^hy te veel Broods aen uw Knecht,
Hy dwinght u, dat gh'er Kaes op leght.
146 Tot hier toe is 't geen nood:
Men eet noch Bruylofts brood.
147 't Is in de Keucken al van 't mal.
Men braedt niet en men droopt' er al.
148 't Isser meê gemaelt,
Kijdt gh'al eer ghy zaêlt
149 Ghy zijt noch qualick uyt den dop.
En setgh' alreeds 't Zeil in den top ?
150 Hoe schoon de logen zij versonnen,
In 't einde werdt sy overwonnen.
151 Hoe hoogh den Arend vliegen kan,
Het Valckstuck werdt'er meester van.
152 De Vijl, hoe scherp sy bijt',
Werdt wel een tandje quijt.
353 Offer uw Hond mack uytsiet.
Bijt hem in sijn lippen niet.
154 Al houdt men my voor geck,
Ick wil med' in 't gespreek.
155 Al zijt ghy oud en wijs in velen,
Laet u noyt goeden raed vervelen.
156 Al zijn de Kingetjens verlooren,
De Vingertjens staen, daerse hooren.
157 Dry die malkandren helpen willen.
Zijn machtigh ses Mans wicht te tillen.
128 De Vrienden, d'Oly, en de Wijn,
Elck moet wat oud van jaeren zijn.
1) Portugeescb