Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
~ 122
130 Ploegen onder 't vriesen
Doet het gras Verliesen.
131 De Merrie met een Veulen
Gaet niet recht na den Meuleu.
132 't Peerd, dat kreupel is in 't gaen,
Moet wat vroeger op de baen.
133 Een ouden Ezel met een kreupel been,
Een ros Man en een Duyvel, is al een.
134 Den Ezel die aen velen hoort,
Werdt van de Wolven eerst vermoort.
135 Den Ezel die daer graest in ander Lieden weiden,
En komter sonder vracht van Hout niet uyt te scheiden,
136 Daer kan geen arger Sieckte wesen.
Als niet te willen zijn genesen.
137 De Maeltijd komt te kort,
Daer 't al gegeten wordt;
Genoegh en isser niet,
Daer heel niet overschiet.
138 *t Is. seker een swaek Man,
Die niet eens dreigen kan.
139 Naer een sijn Voeten plant,
Ontdeckt men sijn Verstand.
140 Soo schielicken geval komt een 1) somtijds te vooren,
Als na de Merckt te gaen en keeren sonder Ooren.
141 Des Sondaghs siet de Vrouw
Als 't Koren in de Douw.
142 Een Boer in 't midden van twee Advocaten,
Is of twee Katten om een Viskeu saten.
143 Soo werdt 2) er somtijds uyt
Een Edelman een Guyt.
1 Iemand. 2) wordt.