Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 120 -
104 Het Hout doof, dat geroockt heeft,
De man dood, die 't gestoockt heeft
105 Tot malle Praetjens hooren
Ken paer gestopte Ooren.
106 Tot veerthiendagens Brood te breken,
Behoort een honger van dry weken.
107 Leert hoogh en laegh op alle Veêlen,
En danst al, dat de Tijd wil spelen.
108 Moet ghy de Kunst met schreyen halen,
De Vreughd sal 't in de winst betalen.
109 Die niet kan Naeyen en wil Snijen,
En kan in 't ambacht noyt bedijen.
110 Vraeght men u te ras.
Antwoordt op uw pas.
111 Let op, een groote Jagers Doorl),
Daer light noyt groote Mishoop voor.
112 De Dochter heet ick wel getrouwt.
Die Schoon-moêr noch Nicht en behouwt.
113 't Is een recht welsprekend Man,
Die sich selfs bered nen 2) kan.
115 't Is uw Vriend, wie dat ghy zijt.
Die u van gerucht bevrijdt.
116 't Gaen is gesond
Op effen grond.
117 't Zij een leur, het zij een seur3).
Die men schenckt en heeft geen keur 4)
118 Dien den Hemel heil wil geven,
Krijght wel Biggen van sijn Teven,
1) Deur. 2) Met rede overtuigen. 8) Bijvoeging vau Huygens. 4) Ver-
ita: moet nemen, wat men hem geeft.