Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 118 —
En laet de saeck beschreven zijn 1), Het end valt arger als 't begin.
79 Een Vader mint; De rest is wind.
SO De Liefde, Geld, noch groote Pijn En konnen niet verborgen zijn.
81 De Min, den Hoest, en 't Vyer noch meer Ontdecken yedereen sijn Heer 2).
82 Een Herberghs liefd', en anders niet, Soo veel te minnen alsm' er siet.
83 Weest of dood of veer 3); Daer 's geen liefde meer.
• 84 Gaet de Roskam ^ins en weêr. Somtijds slaet hy m het zeer.
82 86 Soo wy de Geit van rots op rotse sien, Soo springht de Geew van desen Mond in dien 4). Laet ons in de Waerheit weyen. Als Saletten vol Klappeyen.
87 Hondje! keer, Volght uw Heer.
88 Laet ick maer warm zijn toegerust, En laetse lacchen die het lust.
89 Men moet sich niet vergapen Aen 't keurelickste 5) Wapen: 't Is 't mannelick gemoed, In d'Oorlogh, dat net doet.
90 Eer sal een Nachtegael uyt zijn gesongen. Als praet ontbreken sal op Vrouwentongen.
1) Xedcrl- uitbreiding. S) Portugeesclu 8) Ter. 4) Zoo is t e»pen aanstekelijk. 5) Terkie lykste, beste.