Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
„Tn Dec. 1639 hebb' ick, naer veel soeckens om yetwes in 't quiirtier
van Voorburg ende aen de Vliet te vinden, daer ick een huysken van
vertreck, in tijde van sieckte ende andersins, soude moge timmeren code
beplanten, gekocht van Mr. Jacob Adrichem, woonachtig te Delft, eene sijnc
partye Jiinds, gelegen ten Westen rakende aen het room. dorp, ter weder-
igde van den Lijdwegh, groot 4 merghen 1 hond ende 39 roeden". (A.ant'
bij Schinckel, Bijdrage tot de Kennis, enz. van C. H. bl. 77). - In Dec.
lOiO en Maart 1612 kocht II nog belendende teellanden aan, na al aanstonds
met de bouwmeesters Van Campen en Post over den aanleg en opbonw vau
plaats en huis, geraadpleegd te hebben. Met laatstgemeldc, die ook zijn üuis
aan 't Plein voor hem gebouwd had 1), ontwierp hij de benoodigde plans eu
teekeningen, zoodat er reeds in 't vooijaar van 1640 met den aanleg van
plaats en plantsoen, en kort daarna met het bouwen van 't huis een aanvang
gemaakt werd, en dit laatste in July al ver gevorderd was Den 8sten dier
maand kwam H, van 's Prinsen wege uit het leger naar den Haag geiondon,
lijn nieuwen aatibouw in den vroegen morgen in oogenschouw nemen, cn
in 't najaar was deze, zijn llofwijck, voltooid. Zijn voortdurende afwezigheid
in het leger en drukke werkzaamheid in de stad vergunden hem echter slechts
nu en dan er een enkelen dag, soms maar weinige uren, door te brengen, en
zoo dikwijls hem dat te beurt viel, teekende hij het in zijn Dagboek aan. Het
eerst ontbeet hij er, met cenige vrienden, den 235ten Mei 1643. Na den dood
van Prins Willem II verminderden zgn werkzaamheden natuurlijk, cn h-idh:j
gelegenheid er dikwijls eenige dagen te slijten; en toen zijn zoon Constantijn hem
bij Willem Hl als geheimschrijver was opgevolgd, hield hy er des zomers ge*
regeld zgn verblijf. - In 1652 bezong liij het, en gaf zijn dichtwerk den llden
Febr. 1653, bij Adriacn Vlac in Den Haag ter perse. (Zie Schinkels Nadere
Byzonderheden, enz. II, bl. 58 en v).
1} Het thans afgebroken ministerie van justitie, als men weet.