Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 104 ~
Roe vele naer één wit door vele wegen trachten,
En elck door andere; boe 't werren der gedachten
De wereld overkruyst; Kort om, waer uyt ontstaet
't Oneindigb vuyl l'apier, dat Kassen overlaedt.
Dat boccï:cn snellen doet, daer solderen af stenen,
Die d' oude walgen doen, die kinderen beweenen,
Van kinds been af verbeent!) met schrick van wetenschap;
Dat schrijven, segh ick, en dit kruysselingh geschrap
Van Schaetsen slaen op een: De waerheit is te vinden
Door wegen recht en kort: wy soeckens' als de blinden;
En swieren gins en weêr, en maken langh van kort;
Soo dat een rijs tot Boom, een blad tot Bladen wordt.
En bladen tot een Boeck, en Boecken, wilde wouden,
Daer wy den overlast soo wel af missen souden.
Als 't konstigh opgesont van spijs en overvloed,
Die ons doet quyuen en den Apotheker voedt.
Hoe rijp is dese test, om bladen vol fe préken!
Maer 't waer een sot bestaen, het quaed met quaed te wreken,
Veel schrijven met veel klaps: mijn' Rijdertjens zijn moe;
Sy doen de Schaetsen af, en ick de 2) Venster- toe.
Verheught u, Leser-lief, 't is met my omgekomen;
Mijn'penn' is afgedicht; vreest voor geenManger droomen;
't Kan soo voor eens bestaen, en nu ick, uyt gemf>elt,
Naer schijn en schaduwen tot Schaets-spel ben gedaelt,
Soo wist ick lichtelick niet 3) lyvighs meer te vinden,
Daerom ick uw geduld aen 't mijne sou verbinden.
Gevalt u, voor de moeyt, van t kinder-mael te zijn,-
Wy sullen uw verdriet verdrincken in mijn' wijn;
Komt peist'ren in mijn' Hütt' ('k sal 't geen Kasteel meer
(noemen,
Ick ben soo sat als ghy van rijmen en van roemen)
Als 't mael te maeghw'aert is en 't laken van den dis,
Dan sal ick u in *t kort doen sien, wat Hofwijck is.
En voeden noch uw oogh met lieffelicker dingen.
1) Verstyfd 2) Xaar 't oorspronkelyke geslacht van *t Lat. fenestra;
Jater, door versrhepping der d verkeerdelijk onzijdig geworden, gelijk feest,
beest, enz 3) Thans niets'.