Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 99 —
De Val-bi'ugli is gevelt, de spil roest in de pan.
En 't is vau dusend een ofs' op en neder kan.
Mijn trouwste Nacht-slot is: voor geen* ontrouw te vreesen.
Geen' moord, geen' over-val, mijns wetens, waerd te wesen,
Der vromen vriend te zijn, den boosen noyt getergbt,
Noyt ongelijck gedaen te hebben, noch geverght.
God lioore, wat ick segg': ick kan geen' vyand noemen.
Die sich in mijn verderf, met reden, sou verdoérnen:
Mijn bloed was noyt verbeurt, 'k en hebb'es geen gespilt,
Daerom my yemant wensch' gerabraeckt of gevilt:
Men heeft my met de tongh besprongen en bestreden.
En tot de wraeck geterght; Maer Gods bevel en Keden
Zijn stadigh meesteren van mijn beleid geweest,
En die mijn' hand ontsagh, heeft averechts gevreest.
Mijn onsc huid is bepleit; dat 's't hoogste van mijn wreken;
Soo houd ick hem voldaen, en sat van qualick spreken,
En quaed doens ongesint, die sijn' verbo gentheit
Ten arghsten heeft gevoelt bejegent met bescheid.
God heb ick veel vertoornt, geen redelicke Meuschen
Gerechtelick geperst, mijn' ondergangh te wenschen;
Soo schrijv' ick op de deur van mijn ontsloten Slot,
Siet Hofwijck daer voor aen: Men vreest'er niet, als God.
Het minder ongeval, van plunderen en rooven,
En gaet my niet meer aen als Orgelen den dooven;
En, of de boose lust uw' handen vergen moght
De kunst, die niemand noch op Hofwijck heeft besocht 1),
Huys-brcker, spaert uw' moeyt; ick kan se niet betaelcn;
't Is sottelick gewaeght, daer niet en is te haelen:
En 't waer hier over kunst 2) te vinden by der nacht
Den buyt, dien ick 'er noyt by daegh en hebb' gebraght.
De reiseVé) sonder buyl 4) singht midden in de bossen.
En weet, de roover heeft geen roer op hem te lossen;
De rijcke wandelaer magh schricken voor geweld.
De veilste paspoort is een' borse sonder geld.
1) Beproefd. 2) Meer dan kunst. S) Thans steeds in'den verlengden
vorm reiziger gebezigd, doch waarvan men 't vrouwelijke reizeres wel
voor't wanhebbelijkieizigster mocht aannemen. Zie boven. 4) geldbuidel.