Boekgegevens
Titel: Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Deel: Dl. 7-8Vitaulium $ Hofwijk $ Spaansche wijsheit $ vertaalde spreekwoorden
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 107/108
Auteur: Huygens, Constantijn; Vloten, J. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IN BEWERKING
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203253
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korenbloemen: Nederlandsche gedichten
Vorige scan Volgende scanScanned page
En, die by wijlen sit, en valt geen voetoad langli;
Die van geen poosen weet, de weelde se ver bangh:
Beurt en veranderingli verlichten doen en laeten.
Vier naccktc Kinderen 1), al können sy niet praeten;
Bcduyden hier die leer: de Lente staet voor aen
Met vroege Blommekens van 't jonge jaer gelaên:
De Somer volght'er op, en pronckt met Koren-aeren;
En dan den rijpen Herfst met smakelicke waeren;
De Winter luy cn leêgh, met Schaetsen aen den voet,
Seght dattcr eens een tijd van leêgh-gaen wesen moet.
Soo loopt de Tijd rondom, en deelt sich af in Maeuden,
En leert ons, ongcvraeght, al wat ick flus vermaenden:
Want wie en wierd niet sat van 't eenerhande jaer,
Soo 't altijd Winter, jae, soo 't altijd Somer waer?
Hier is llialt op 't hooghst; hier zijn wy, sonder weten,
Tot aen de Val-brugh toe en op mijn' stoep geseten;
De Val-brugh, Vreemdelingh; wat seght ghy nu van't Slot?
Gaet, noemt het nu Kasteel, of noemt het Duyven-kot,
H Sluyt met een' Val-brugh af. Ghy sult de ketingh 2) soecken:
Maer dat 's een oude kunst: wy hebben beter' boecken,
Van hoogcr onderwijs: wy roemen op een' vond.
Die M'cinigh is gepleeght, die niemand en verstond,
't En waer dc Meester sprack: leert buyten huysen bouwen,
Daer 't vciligh slaepen is: de konst is waert t'onthouwen;
Dc Val-brugh gaet om hoogh, en maeckt een dobbel' Poort,
En buyten werdt 3) geen' klanck van ketenen gehoort.
En binnen buytelt sy met een verborgen slinger,
En sluyt, oock grondeloos, bewogen met een' vinger,
Dc Keuken-water-poort. Daer sit ick in mijn' Gracht
Van zestigh voet rondom, en spot met menschen-macht:
Musketten ben ick bacs, en slaep op bey mijn' oorcn;
Lact grove Stucken sien, die my bestaet te stooren; •
Soo roep ick: qui va ïa? en luyster na gespreek.
En moet mijn' hoogen moet sien buygen voor een' geck.
Maer beter' grendelen en sterker slagh van sloten
Versekeren miju bedd'; ick slaep'cr ongesloten;
1) Versta: vier beeIdjens. 2; Andersketting, keten. Tlians wordt-
mm