Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Ook bij de steeds twijleladitige grens tusschen lager en
middelbaar onderwijs zal deze combinatie veel moeite en ge-
schil voorkomen , terwijl ik er ook op wijzen wil, dat de reeds
fungerende Inspecteurs feitelijk eenige jaren toezigt hielden
over hetgeen nu als middelbaar onderwijs bestaat.
Mogten dan welligt, naar onzen wensch, de Gymnasia iu
dit ontwerp eene plaats vinden, misschien zou voor deze allen
te zamen één speciale Inspecteur kunnen worden aangesteld,
ofschoon ook daartoe oj) den duur de noodzakelijkheid niet
blijkt.
Art. 47. Het getal der Inspecteurs, enz.
Ue bepaling van art. 31 is mede op hen toepasselijk.
Waarom? Dergelijke gunstige bepaling is voor de Inspec-
teurs van het lager onderwijs niet gemaakt, ofschoon ik meen,
dat er onder de fungerenden zijn , die vroeger aan inrigtingen
van onderwijs verbonden, dezelfde gunst zouden mogen ge-
nieten.
Art. 50. De Burgemeester, enz.
Mogen de Inspecteurs voor het landbouw-onderwijs ook
proces-verbaal opmaken van overtredingen der wet op ander
gebied dan landbouw-onderwijs?
Art. Burgemeester en Wethouders, enz.
Dit artikel toont m. i. ten duidelijkste aan, welke zonder-
linge taak hier aan de Gemeentebesturen wordt opgedragen,
vooral indien , zooals schijnt, ook de Rijks middelbare scholen
aan dit toezigt zijn onderworpen. Waarom zij ook aan den
Minister voorstellen kunnen doen , is ons niet regt duidelijk,
daar het in elk geval aan ieder Gemeentebestuur vrij staat,
mits ook de Raad medewerke , over gemeente-belangen , voor-
stellen te doen, en waar het een algemeen onderwijs-belang
betreft, het niet Burgemeester en AVetliouders, maar den desbe-