Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Bedriegen wij ons niet, dan zal het getal scholen, volgens
dit ontwerp over het geheele land verspreid, ongeveer het
getal bedragen, dat thans aau één schoolopziener is toever-
trouwd, die zijne betrekking gratis waarneemt, eene betrek-
king , die , moge al de omvang van het toezigt bij het middel-
baar onderwijs veel ruimer zijn, veel tijd en inspanning kost,
als, voor de bijwoning van vergaderingen der schoolcommisiën,
het afnemen van vergelijkende examina, de rangexamina, het
bijwonen der onderwijzers-gezelschappen , de schoolbezoeken,
enz. enz, om niet te gewagen van de vrij uitgebreide briel-
wisseling.
De Inspecteur voor het middelbaar onderwijs zal bezoldigd
worden , kan dus tijd en vlijt aan de betrekking wijden , maar
indien hij over een tweetal provinciën zijn toezigt uitstrekt,
zal hij hoogstens een dertig scholen te bezoeken hebben. Is daar-
entegen het getal Inspecteurs bijv. tot twee beperkt, dan is hij
in den regel te ver verwijderd van de plaatsen, waar de
scholen gevestigd zijn, om behoorlijk alles te vernemen, wat
hem te weten noodig is.
Op dezen grond — en wij noemen straks nog een anderen —
achten wij het doelmatigst, uitdrukkelijk in deWette bepalen,
dat " de Inspecteurs bij art. 4C bedoeld zijn de Provinciale
Inspecteurs van het lager onderwijs, genoemd in art, 52
der AVet van 13 Aug. 1857, ieder in het ressort zijner
Provincie
Eigen belang noopt mij waarlijk niet tot dit voorstel, doch
ik geloof, dat de Staat finantieël en administratief winnen
zal, èn indien het getal ambtenaren niet toeneemt, èn indien
in casu het verband tusschen lager en middelbaar onderwijs
wordt bewaard, door beiden toe te vertrouwen aan hetzelfde
toezigt onder den verantwoordelijken Minister.