Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
niet te doen ophouden bij het verlaten der lagere school.
Eerst vi'aar van de school met vijfjarigen cursus sprake is,
kan met regt een schoolgeld van ƒ 60, ja welligt ƒ 80
gevorderd worden, gelijk zelfs in art. 38 bij de landbouw-
school ƒ 100 geëischt wordt.
De vraag mag rijzen, of het voorregt in art. 38 verleend
aan hen, die enkele lessen der landbouwschool wenschen
bij te wonen, ook niet zal verleend worden aan dezulken
die hetzelfde verlangen bij de Rijks hoogere burgerscholen?
Art. 44. Om onderwijs op bijzondere scholen of huisonderwijs
in eenig vak van middelbaar onderwijs te kunnen geven, wordt
cereischt enz.
Het is niet waarschijnlijk dat, gelijk bij het lager onder-
wijs, ook hier veel huisonderwijs zal voorkomen, doch als
men hiervoor ook eene akte vordert en een getuigschrift
van goed zedelijk gedrag, dan behoort er althans eenig
middel te zijn, om dien eisch der Wet te k\innen handha-
ven. En wij vreezen dat dit hier geheel zal ontbreken. Im-
mers bijna al de vakken, als wiskunde, vreemde talen,
teekenen, natuurkennis, enz. vallen onder de Wet op het
lager onderwijs; hoe zal hier kunnen blijken dat de onder-
wijzer het gebied der middelbare school betreedt? en daar
de Inspecteur niet bevoegd is overtredingen te constateren
van de AVet op het lager onderwijs, zal iemand middel-
baar huisonderwijs kunnen geven, zonder voorzien te zijn
van eenige akte hoegenaamd.
Wenschelijk zouden wij het daarom achten, dat iu deze ^
Wet van geen huisonderwijs sprake ware , als alleen, om te /urn
zeggen, gelijk in art. 3, waar het onderwijs ophoudt school-
onderwijs te zijn, en verder, dat huisonderwijs in wiskunde,de
natuurwetenschappen, landbouwkunde, aardrijkskunde, ge-