Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
alinea) voor de scholen van art. 13, ongeveer in al de vak-
ken de hoofdonderwijzers der lagere school, of zelfs hulp-
onderwijzers met akten voor beginselen van wiskunde en
vreemde talen toegelaten , maar de overige middelbare scholen
geheel voor deze gesloten.
Toch zou ik meenen, dat ook op elke andere middelbare
school, mits dan alleen als hnlpleeraars, en onder leiding van een
hoofdleeraar, in de vakken ook genoemd bij art. 1 der Wet
van 13 Aug. 1857 dergelijke personen moeten worden toe-
gelaten, vooral, waar een groot getal leerlingen dergelijke
hulp dringend noodig maakt.
Art. 27. Om totleeraar enz.
Bij de scholen , waarvan hier sprake is, moest m. i. gevor-
derd worden van de leeraren voor de vakken sub a, c, c?,
g^ k QU l, den graad van kandidaat in de daartoe behoorende
faculteit bij een der Nederlandsche Hoogescholen verkregen,
zonder dat die graad uitsloot de verpligting tot het afleggen
van het examen bij dit ontwerp voorgeschreven, doch aldus
geregeld, dat bedoelde kandidaten zonder verder examen
gedurende een bepaald aantal jaren aan de in art. 2 7 genoemde
scholen verbonden konden worden als hulpleeraren, waar-
door dan ook tevens voor hen het examen, bedoeld bij art.
78, eenige beteekenis zou erlangen.
Art. 29. De directeuren en leeraren der gemeentelijke openbare
burgerscholen en hoogere burgerscholen worden benoemd door den
Gemeenteraad,
Wanneer men van nabij bekend is met de wijze, waarop
benoemingen door eenigzints talrijke kollegiën plegen te
geschieden, zal men ons gaarne toegeven, dat dit voorschrift
allertreurigste resultaten zal kunnen en moeten opleveren.
Vooral in onderwijszaken hoort men soms over kunde