Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
vermeerderd met de door ons genoemde vakken , voor eigen
rekening oprigt.
Natuurlijk behoeft men hier niet een maximum van school-
geld tot ƒ 12 te bepalen, maar kan als maximum ƒ25 of meer
gesteld worden.
Daarbij merke men nog dit op. De door ons bedoelde avond-
teekenschool kan zeer wel verbonden worden met de school
van art. 16 , zooals wij die verlangen , indien namelijk beiden
voor rekening der Gemeente bestaan. De les in het teekenen
ten minste kan voor enkele klassen der beide Inrigtingen
dezelfde zijn ; ook het lokaal mag hetzelfde wezen, en wat nog
meer beteekent, de Directeur der zoogenaamde hoogere bur-
gerschool zal in den regel een goed bestuurder zijn der avond-
school , gelijk wij die bij art. 13 beschreven.
AVat de hervakken betreft, in art. 16 opgenoemd, ver-
oorloven we ons nog twee opmerkingen :
1° Op deze scholen mag men toch wel eischen dat niet
slechts in de Nederlandsche taal, maar ook in de letterkunde
onzer moedertaal onderrigt gegeven worde.
2° Voor de leerlingen van deze soort Inrigtingen is het
onderwijs in het boekhouden inderdaad behoefte.
Het komt ons ten slotte voor, dat de hier omschreven scho-
len juist geschikt zijn, om eens het voorbeeld te geven, ook
aan het lager onderwijs, wat een goede tijdsverdeeling
belangrijke diensten kan bewijzen, èn aan de ontwikkeling,
èn aan de gezondheid der leerlingen. Of het noodig is, om gelijk
dit in art. 13 geschiedt, ook hier te spreken van dag- en avond-
school , weten wij niet, maar heilzaam zouden wij het achten ,
dat ten minste algemeen begrepen werd, dat de ouderwet
sche schooltijd-verdeeling van drie en twee uren overal moet