Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
kcling, ook door oefening in vreemde talen , noodig is , maar
tevens die practische kennis, welke tot het bedrijf des levens
geschikt maakt.
Voor dezen bestaat in dien vorm op dit oogenblik niets
anders dan Fransche scholen en dergelijke Inrigtingen, waar
de toekomstige bestemming des leerlings in het geheel niet
wordt in het oog gehouden.
In eene geheele klasse der maatschappij verlangt men de
knapen tot hun vijftiende of zestiende jaar op de scholen te
laten, mits zij ook werkelijk nut plukken van dat verder
onderwijs; na dien leeftijd moeten zij op kantoor of werk-
plaats , op bureau of in het magazijn, zelve de handen leeren
uitsteken , of reeds geld verdienende, immers niet veel meer
kostende, als zelfstandige leden der Maatschappij beginnen
op te treden.
Aan hen kan men een onderwijs mededeelen, dat voor het
kind uit den ambachtstand te hoog is, al heeft hot ook soms
dezelfde lagere school, en even lang bezocht als de zoon van
den meer vermogenden burger. En dit onderscheid ligt voor-
namelijk in den maatschappelijken toestand, in den huiselijken
kring, waarin beiden zich bewegen. Voor den ambachtstand is
de lagere school gewoonlijk de eenige plaats, waar het kind
ontwikkeld en opgevoed wordt; in den stand waarvoor de
scholen van art. 16 bestemd zijn, is de knaap van 12 jaren
niet slechts door de school, maar ook te huis, door ouders en
omgeving, ontwikkeld, en als hij de middelbare school betreedt,
dan is hij op die hoogte, dat wiskunde-, natuur-, en schei-
kunde kunnen worden opgenomen in het verstand 1).
1) In grootere gemeenten (voormalige steden) vindt men gewoonlijlc :
armenscholen, tusschen- of centenscholen en burgerscholen; alleen voor den
leerling dier laatste soort scholen zij de middelbare van art. 16 bestemd.