Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•25
Indien wij ten slotte dan nog eens herhalen, wat wij van
de Wet op het middelbaar onderwijs voor den aankomenden
handwerksman verlangen, het is dit:
In elke Gemeente, waar de bevolking acht duizend zielen
te boven gaat, worde door het Gemeentebestuur ten minste
ééne openbare lagere Industrie school geopend, waarin des
avonds gedurende het geheele jaar onderwijs wordt gegeven
aan knapen boven de 13 jaren in:
a. het teekenen 1).
b. de wiskunde.
c. de beginselen der natuurkunde.
d. de beginselen der scheikunde.
Voor deze Inrigtingen moet het schoolgeld laag gesteld
zijn en de gratis toelating mogelijk blijven.
Een examen voor de toelating is noodig, opdat inderdaad
onderwijs worde gegeven aan genoegzaam ontwikkelden.
Op deze wijze zal ook finantieël voor de Gemeenten de
nieuwe Inrigting weinig bezwaar opleveren. Zij is in beginsel
in de teokcnscholen of teeken-academiën reeds voorlang be-
staande ; alleen behoeft, zij dan nieuwe regeling, maar men
stelle ze dan ook verpligtend voor alle Gemeenten boven de
8000 zielen, waar zij meest overal noodig zijn, ten zij zich
het geval voordoet, bedoeld bij de alinea van art. 14.
Alleenlijk in geen geval noeme men een middelbare school,
wat niets anders is en ook niets anders wezen mag, dan de
avondschool van lager onderwijs en vooral vernietige men
deze avondschool niet, om aan gebrekkig ontwikkelde kna-
pen van tien jaren schijngeleerdheid in te werken, die ras
vervliegt.
1) Het onderwijs en oefening in het boeUeren kon facultatief gesteld
worden, gelijk in het ontwerp.