Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
en burgeravondschool, die volgens art. 14 ééne Inrigting
uitmaken.
De dagschool evenwel is het voornaamste deel, ja, het
ontwerp zegt niet eens, wat eigenlijk op de avondschool zal
worden onderwezen, ofschoon het toch ontwijfelbaar is, dat
de meeste leerlingen alleen des avonds kunnen komen; de
dagschool wordt dus bezocht en wel door hen voor wie de
Inrigting bestemd is; de ouders dus beseffen het nut van dit
onderwijs voor hunne kinderen. Wat zal dan geschieden ?
Op negen of tienjarigen leeftijd wordt de knaap van de la-
gere school afgenomen en op de burgerschool geplaatst, waar
hij toch ook de beginselen van aardrijkskunde en van geschie-
denis enNederl. taal zal leeren; zoo blijft de leertijd dezelfde,
en op twaalQarigen ouderdom is de jongen veel knapper, dan
hij vroeger, voordat er een Wet op het middelbaar onderwijs
was, ooit worden kon! Men zal dan mechanici ontmoeten,
die niet schrijven, en mathematici, die niet lezen kunnen 1).
Tot heden was de algemeene klagt van allen, die zich met het
lager schoolwezen bezig houden, dat geen degelijk lager
onderwijs mogelijk is , zoolang zoovele duizende kinderen
reeds op tienjarigen leeftijd die school vei-laten; men zal dan
nu kunnen zeggen: "gelukkig verlaten thans de knapen reeds
"op tienjarigen ouderdom de lagere school, die hen alsdan
"reeds genoeg heeft ontwikkeld, om hen over te brengen op
"het gebied van wiskunde, natuur- en scheikunde enz. enz."
Neen, dat alles zal niet gebeuren , wij weten het, maar mogt
het immer geschieden, wij zouden het diep betreuren, en de
gelden weggeworpen achten voor die "burgerscholen" be.stemd.
Het ontwerp tracht wel hare Inrigting eenigzints over te
1) Ken geestig schrijver zeide eens van de Parijzenaars : " ze zijn zoo
"beschaafd, dat ze niet eens meer lezen en schrijvcn leeren."