Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
zoover zal gevorderd zijn, dat de groote helft der leerlingen,
die op hun twaalfde jaar de lagere school verlaten, inderdaad
in al de vakken a—i van art. 1 der Wet van 13 Aug. 1857,
zulke voldoende kennis zullen hebben verkregen, dat zij
aanstonds eenige vakken, bedoeld bij art. 13 van dit ont-
werp , met vmcht kunnen opnemen, en indien dan tevens het
meerendeel der ouders de behoefte aan dit middelbaar onder-
wijs voor hunne kinderen zal hebben leeren gevoelen, dan
zal men mogen roemen van grooten vooruitgang in de ont-
wikkeling der Natie.
Wat zal dan nu de dagschool van art. 13 worden ? De groote
Gemeenten, verpligt die op te rigten , zullen, hoe ook het pro-
gramma gesteld worde , eenvoudig een gebrekkige, fransche
school van de Inrigting maken tegen goedkoop schoolgeld
(zie art. 37); en in het oog van Burg. en Wethouders zullen
de omstandigheden wel altijd "de inkrimping van het plan
"van inrigting der school" vereischen (zie art. 21).
De ondervinding der laatste jaren spreekt voor die onder-
stelling. Wat toch heeft men in vele groote Gemeenten zien
gebeuren bij de regeling van het lager onderwijs? Waar men
kon , hebben de Gemeentebesturen getracht van die halfslach-
tige fransche scholen te behouden of te scheppen, waar de
kinderen der meer aanzienlijke burgers op negenjarigen leef-
tijd reeds les ontvangen in drie vreemde talen ; maar degelijke
lagere scholen voor den burgerstand, met onderwijs in wis-
kunde, in teekenen , in natuur- of scheikunde, bijna nergens
schijnt men er behoefte aan gevoeld te hebben.
Nu komt dit ontwerp hieraan te gemoet door de scholen in
art. 16 bedoeld, maar voor dezulken, die geen driejarigen
cursus kunnen medemaken noch betalen, zal de dagschool van
art. 13 — wij zagen het reeds — onnoodig , onmogelijk zijn.