Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
(Ie herhaling- en lagere industriescholen, welke reeds in
sommige plaatsen door de zorg van particuliere krachten
zijn tot stand gekomen, maar men vermeldt niet, dat deze
scholen , ook waar zij slechts een veel lagere vlugt namen dan
de nu ontworpen Inrigtingen , meestal totaal mislukt zijn.
Een enkele proeve worde hier medegedeeld.
Te Rotterdam bestaat sedert 1848 eene zoogenaamde
lagere Industrie- en Herhalingschool, waaraan moeite noch
kosten zijn gespaard. Door het Gemeentebestuur ruim be-
giftigd , door de Schoolcommissie met zorg beheerd, mogt
zij zich verheugen in een reeks van onderwijzers en curato-
ren , waarop iedere middelbare school trotsch zou kxmnenzijn.
Voor mij ligt het jaarverslag der Inrigting over 1857-1858,
gesteld door den uitstekenden, thans overleden paedagoog
!
P. K. Görhtz. Daarbij wordt een overzigt gegeven van het
toen verloopen tienjarig tijdvak en als resultaat dezer tien-
jarige ondervinding zeggen de Bestum-ders :
" Heeft de Inrigting gedurende haar tienjarig bestaan
" beantwoord aan het doel harer oprigting, en alzoo uitkom-
" sten opgeleverd, die de bestaande behoefte aan voortgezet
" onderwijs vervuld hebben ?
" Waarin bestond in de eerste plaats dit doel ?
" Volgens de aangehaalde stukken bestond het:
"1» In het daarstellen eener toen bijna geheel ontbrekende
"gelegenheid, om voor te komen, dat bij knapen, na het
" geheel doorloopen van het onderwijs in en hun ontslag uit
" de lagere Volksschool, door het plotseling ophouden van
"wat eene dagelijksche oefening was, het geleerde door ge-
"brek aan toepassing en onderhouding, al spoedig zoude ver-
"loren gaan en daarmede tevens, voorhenzelve en het werk-
"dadig leven , de vruchten van een vijf- of zesjarig onderrigt.