Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
liet lager onderwijs geschiedt, dat de bevoegdheid tot het geven
van onderwijs ontnomen kan worden, indien de onderwijzer
leeringen verspreidt strijdig met de goede zeden, of aanspo-
rende tot ongehoorzaamheid aan de loetten des lands.
Zulke leeringen zijn hier toch veel meer te duchten dan in
de lagere school, zoowel om den leeftijd en den stand der
leerlingen, als om de onderwijsvakken, waar het bijv. geldt
de staathuishoudkunde, de gronden der staatsinrigtingen enz.
3" Zou eindelijk ook bij deze wet niet kunnen bepaald
worden, dat " de schoollokalen der openbare scholen buiten
" de schooluren voor het onderwijs in de godsdienst aan de
" leerlingen ter beschikking van de kerkgenootschappen
" worden gesteld." Men blijft dan op het eenmaal ingenomen
terrein, en erkent toch de noodzakelijkheid van een onder-
wijs, dat door de meeste kerkgenootschappen jammerlijk ver-
waarloosd wordt tot groote schade van den Staat 1).
Art. 12. Openbaar middelbaar onderwijs wordt gegeven in:
a. burgerscholen.
b. hoogere burgerscholen.
c. landbouwscholen.
d. de polytechnische school.
Over de sub a. genoemde Inrigting spreken wij bij art. 13.
Hier alleen iets over den naam. Reeds sedert de Wet van 1 3
Aug. 1857 heeft men , bepaald in gemeenten boven de 10,000
zielen, overal zoogenoemde burgerscholen opgerigt voor gewoon
lager onderwijs; de naam is onjuist, en zal het ook hier zijn.
Men moge spreken van " den burgerstand," burgers zijn alle
ingezetenen.
1) Overneging verdienen de woorden van den Heer Vitkinga , 11. over dit
onderwijs in de godsdienstleer. Daartegenover staat het gevoelen o. a. van
Deixhardt in zijn werk " liet Gymnasiaa?onderwijse.m..,\n het Nederduitsch
overgebragt door Mr. Bakkkr Kobff. "