Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Art. G. Ilij die enz.
Op hem, die buiten de grenzen zijner bevoegdheid middelbaar
onderwijs geeft, is de helft dezer straffen toepasselijk. Hiervan zijn
uitgezonderd de onderwijzers aan de Inrigtingen van middelbaar
onderwijs, die bij het bestaan eener vacature of bij ontstentenis van
een ambtgenoot, eenige lessen tijdelijk waarnemen, mits die waar-
neming niet langer dan zes maanden dure.
Moge de uitzondering, waarvan hier sprake is, en die over-
genomen is uit de Wet van 13 Aug. 1857, alleen gelden
voor openbare inrigtingen van middelbaar onderwijs.
Juist bij het lager onderwijs is reeds gebleken, tot welke
misbruiken die uitzondering aanleiding geeft of geven kan in
bijzondere scholen. Die ontstentenis of vacature is moeijelijk te
bewijzen; evenmin de duur der vacature. Men neemt bijv.
een figurant als onderwijzer in eenig vak, en bij het schoolbe-
zoek van den Inspecteur is de onderwijzer toevallig afwezig,
en wordt zijne plaats door een onbevoegde ingenomen enz.
Komt de figurant slechts tweemalen 'sjaars ééne les geven,
dan kan de onbevoegde voortdurend onderwijzen.
Voordat wij overgaan tot den titel van het het wets-
ontwerp, wijzen wij nog op enkele punten, die o. a. regeling
vragen.
1° Waarom is hier niet overgenomen de heilzame bepaling
van art. 4 der Wet van 13 Aug. 1857, betreffende school-
lokalen ?
Waarlijk, het is niet overbodig, dat onze Instituten, Gym-
nasiën en kostscholen ook eens gedwongen worden zich van
lokalen te voorzien " niet schadelijk voor de gezondheid en,
van voldoende ruimte voor het aantal schoolgaande kinderen I"
2» Het heeft mijne aandacht getrofïen, dat in deze voor-
dragt nergens wordt bepaald, gelijk dit in art. 22 der Wet op