Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
"lioden boven de tien jaren ondervrijs te geven in de doode of
"levende talen en letterkunde dier talen, in wiskunde, de
"beginselen der handelswetenschappen, der natuurkunde,
"der werktuigkunde en scheikunde, hetzij in die vakken
" gezamenlijk, of in een of meer van deze. Zoo noodig
"blijkt die bestemming uit de acte van bekwaamheid van
" den onderwijzer of de onderwijzers in de genoemde leer-
" vakken, verkregen volgens art. 72 der Wet van 13 Aug.
"1857, of artt. 68—78 van deze Wet."
Hoeverre ook de vrijheid van onderwijs moge gaan,
geloof ik toch, dat nimmer ééne Inrigting onder één hoofd-
onderwijzer of directeur, eigenlijk twee Scholen mag uitmaken,
namelijk eene lagere en tevens middelbare School zijn. Die
Instellingen zullen dus moeten kiezen : willen zij scholen zijn ,
waar de beginselen van wiskunde en van vreemde talen wor-
den gedoceerd,zeer goed,maar dan bepalen zij zich daartoe,
en blijven, wat ze nu zijn, scholen van uitgebreid lager
onderwijs; willen ze hooger gaan , en als middelbare te boek
staan , zoo worden zij scholen, geschoeid op de leest der open-
bare hoogere burgerscholen, vrij blijvende verder te gaan dan
deze of minder ver, nog andere vakken of niet allen op te nemen.
Dan zal ook eindigen die vermenging op ééne School van
knapen van zes en zestien jaren, die èn onderwijs èn opvoe-
ding bederft 1).
1) Hij, die middelbaar onderwijs geeft, zonder daartoe bevoegd te zijn,
wordt gestraft enz. (art. 6). Die overtreding vfordt geconstateerd " door den
Inspecteur of door Burg. cn Weth." (art. 50). Maar indien in eene iijzondere
school van middelbaar onderwijs, bijv. in de beginselen der fransche taal volgens
art. 1 der wet op het lager onderwijs, les wordt gegeven door iemand zonder
eenige onderwijsacte, wie zal die overtreding constateren? De bovengenoemde
ambtenaren niet, want het is geen middelbaar onderwijs, en het schooltoezigt
van het lager onderwijs ook niet, want de middelbare school is voor dit toczigt
niet toegankelijk.