Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
" stand behoefte aan verdere ontwikkeling van zien, kennen
"en denken?"
Op zulke wijze is men er toe gekomen, de beteekenis van
middelbaar en hooger ouderwijs niet te zoeken in den leer-
vorm, noch in de leervakken en de leerstof, maar in de
categorie der leerlingen, in hunne bestemming voor de
maatschappij. En die middenstand wordt dan ook bij uitslui-
ting "de nijvere maatschappij" genoemd, als waren alle
anderen, geleerden, letterkundigen, dichters en kunstenaars,
gelijk te stellen met de leliën des velds, of de paria's van den
"nijveren" Staat!
Xeen, wanneer men, gelijk de M. v. T. "lager onderwijs
" volksonderwijs noemt in den zin , dat het, als eerste aan-
"vang van ontwikkeling, gelijkelijk bestemd is voor allen;"
dan zal liet middelbaar onderwijs niet "de vorming van
"die talrijke burgerij" op het oog houden, maar de vorming
en verdere ontwikkeling van allen , " welke het lager onder-
" wijs te boven, naar algemeene kennis, beschaving en voor-
"bereiding voor de onderscheiden bedrijven (en betrekkimjen)
"der nijvere maatschappij trachten."
En dan verkrijgt men bij deze wet niet slechts het onder-
wijs der scholen in verschillende artt. genoemd, maar tevens,
aan de ééne zijde de Gymnasia, of inrigtingen , die tot voor-
bereiding dienen voor de Hoogescholen, en aan de andere
zijde de scholen o. a. voor zeevarenden, zoowel als de mid-
delbare scholen voor meisjes.
Men heeft het verzwijgen der Gymnasia en Latijnsche
scholen bij deze wet verdedigd door een beroep op de later
te verwachten regeling van het hooger onderwijs, en aange-
voerd, dat, nam men de Gymnasia in dit ontwerp op, reeds op
eene latere regeling van het hooger onderwijs zon zijn geanti-