Boekgegevens
Titel: Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Auteur: Heim, H.J. van der
Uitgave: 's-Gravenhage: W.P. van Stockum, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 540 D 45 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203200
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Wet op het middelbaar onderwijs (1863), Wetsontwerpen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eene aanteekening op het ontwerp van wet tot regeling van het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zelfs is onlangs bij de officiële statistiek van het lager on-
derwijs een rubriek geopend voor middelbare scholen, maai-
de aldus genoemde inrigtingen toetsende aan art. 72 der
Wet van 13 Aug. 18.57, vindt men geen enkele school die
met regt eene zuiver middelbare heeten kan.
De opsteller van het ontwerp dat ons bezig houdt, moge in
art. 95 verzekeren: "Bestaande voorschriften betreflende
"middelbaar onderwijs vervallen;" aangezien er niets be-
staat , kan ook niets vervallen ; en het in de Memorie van
Toelichting genoemde Kon. Besluit van 27 Mei 1830 zal
wel niet geacht worden antwoord te geven op de vraag: wat
dan toch vroeger als middelbaar onderwijs beschouwd werd?
Zich onthoudende van eene uitvoerige definitie, geeft het
ontwerp ons slechts deze woorden: Art. 1. Tot het middelbaar
onderwijs worden gerekend te behooren alle vakken, welke volgens
deze Wet onderivezen worden aan de in haar genoemde scholen 1).
De Memorie van Toelichting doet ons nader zien, welke de
bedoeling is des wetgevers, welke regeling hij op het oog
heeft, en welke grenzen hij aan die regeling wenscht te stellen.
Voegt men deze toelichting bij de verschillende voor-
schriften van het ontwerp, dan komt men , naar mijn inzien ,
tot het besluit, dat hier aan de ééne zijde te weinig, aan de
andere zijde te veel is geregeld,
"Het middelbaar onderwijs," zegt de Eegering, "is als
" aan den ingang geplaatst van die velerlei wegen , waarop
"de arbeid van den middenstand zich beweegt."
Waarom is alleen sprake van den arbeid van den midden-
stand? heeft die arbeid afzonderlijke wegen? en alleen die
I) Taalkundig welligt beter:
"Tot het middelbaar onderwijs worden gerekend te behooren al die vak-
ken, welke in de bij deze wet genoemde scholen onderwezen worden."