Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 R A A D s E li Si
cnaatn beflaat uit vingeren. Ik werd door u,
en niet door de natuur, vervaardigd,
54. Mqn groot ligchaam draagt het' alkrkoud-
■ fte kleed, en echter is geen kieed in den aller-
koudllen tijd voor mij zoo verwarmende.
55. Wind en water geven
Mij alleen het leven.
Hoe vaak men mq ook fpijs bereiden ziet;
Tot eigen voedfel nuttig ik die niet.
• 56. De jongeling pronkt of fpeelt meermalen
met mij. Den toornigen dien ik in zijne woede.
Den aangevallenen, om hem te befchutten. Den
grijsaard, om hem te onderfteunen.
57. Gemarteld door een' heeten gloed
Van vuur, word ik vermaald, en met een
vloed
Van water overfton; dat zwelgt men gul-
zig op;
En ik blijf ongebruikt, en krflg welhaast
den fchop.
58. Met mijne tanden vreet ik zelfs door hout
en fteenen.
Een ander moet nogtans m|j daartoe
krachten leenen.
59. Ik eet weinig, ben klein, zwak en on-
magtig. Desniettegenftaande vervolgt mij de
mensch met vergift en ijzer, en voedt woe-
dende fchepfels, om mij te verflinden; offchoon
der-