Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
54 RAADSELS.
begraaf ik het, fluit ik m^n deurtje toe, en leef
zoo zonder eten, in ongefl:oorde rust.
44. Ik ben nu eens kort, dan eois bng,
(Joch dien u niet gewillig« voor dat roen mij
geflagen heeft, en dan verberg ik mij, meestal
tot aan mijn kraag, en ziet gij niets van mq
dan mijn hoofd.
.45, Eer ik mij op uw' discb zie dragen.
Word ik met vlegels hard geflagen.
Ik moet vatv fl»f gereinigd zijn,
Voor dat ik iemand bruikbaar fchijn.
Laat het ook niet achterbleven,
Mij roet fteenen fijn te wrijven.
Doe mQ dan met water flampeo,
En in fterke hitte dampen;
Dan behoud ik u het leven.
Kan u kracht en fterkte geven.
4$. .Boven fpits, en onder lareed.
Door en door vol zoete waren,
Wit van Iqf, in 't blaauw gekleed,
ï3oe ik dan lekkerbek heel gretig op mij
> ftaren.
47. Ik heb geen voeten om te g^.
Zij dienen mfl flechts om te ftaan..
. Intusfchen Ithenkt mijn fchoot, zoo haast
H zulks gelust,
U; zelfs wanneer gij arbeidt, rust.
19.