Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
raadsels. 53
35, Raad eens fchielUk — wat is bij den
maaltijd het onontbeerlijkfte.
37. Ik ben van een dier. Dikvirijls voedt gij
u van mij. Doch als ik van zelf verteer, licht
ik u in het donkere voor.
38. Loop ik nu eens hier, dan eens daar
henen, zoo doe ik mijn' pligt; doch als ik
regt op mqne plaats ben, doe ik denzelven
waarlqk niet.
'39. Ik fpreek zonder tong ;
Ik fchreeuw zonder long;'
Ik neem deel aan vreugd en fmart.
En evenwel heb ik geen hart.
40. Ik dien in de keuken en ia de kerlc. Als
ik adem, verheffen zich ftemmen, en dé vlam
ftijgt hoog op.
41. Ik draag het vel van menigerlei-dieren,
en ben kort of lang, groot of klein. Als het
vriest, ben ik zeer gezocht, maar in den zomer
dikwijls een prooi der motten.
43. BU dag heb ik niets te doen. Men laat
mü in een* of anderen hoek rusten. Maar naau-
welqks breekt de nacht aan, of ik flok vuur
en vlam in.
43. Ik bouw, zondei' handen of voeten, mqn
eigen huis. Evenwel neem ik daar niemand in,
en vul het alleen geheel én al. In den winter
D 3 be-