Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
5» RAADSELS.
wiens noodlot mQ voor hem ganseh onbruikbaar
maakt. -
29. Mfln kleed is koel en frisch: maar ik ben
200 veel te koeler, hoe digter mtjn kleed is-,
30. Ik ben het fieraad der fchoone zomerda-
gen; doch uit hoofde van mqne kleur, geeft men
mijné) naam aan eene booze plaag.
31. Wit kwam ik op de wereld. Ik werd
gansch groen, doch gij, verfmaaddet mij. Daar-
na werd ik rood, en zwart, en mqn hart als
fteen zoo hard. Nu neemt gjj mjj, en ver-
kwik ik u.
3». Ik blijf, zoo als ik eenmaal ben. Ben ik
jong, dan bljjf ik jong. Bsn ik oud, dan blijf
ik oud. Ren ik vriendelijk, dan blqf ik vrien-
delqk. Ben ik ftuursch, dan blijf ik het eveneens.
Ik heb oogen en ooren, mond en handen, maar
toch zie en hoor ik niet, fpreek niet, en
kan niet voelen; en evenwel fchijn ik te leven,
33. Ik ben nu eens rond, das fpits, dan
hoekig, nu wit, dan graauw, dan eens wederom
van eene andere kleur, doch meestal zwart, al
ben ik niet in den rouw. Koningen, burgers
en boeren dragen mij.
34. Wanneer is de molenaar zonder hoofd
in den molen?
35. De zon kookt het, de hand breekt het,
de voet ueedt het,, de mond geniet het.
36.