Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
50 RAADSEL^.
11. Boeren en burgers zien het dagelijks.
Koningen en Keizers zeer zeWen, en God nooit;
offchoon Hq intusfchen alles ziet.
12. Zeer weinig wordt er zonder mij gegeten;
En echter zal men m^ niet ligt ' alleen
gaan eten.
13. Ik huppel vrolijk op een enkel been in 't rond;
Doch, geeft men mij geen harde flagen.
Dan zal ik in mijn' dans vertragen;
Als mij geen zweep meer treft, verflaauwt
mijn loop terftond.
14. Wat ontleent men van het onreinfte dier
tot bevordering der zindelijkheid?
15. Wat is fnel van loop, en komt nooit
wn zqne plaats?
16. 'k Hef in de lente dag en nacht mijn'
zangtoon aan,
Juist als een nachtegaal, maar zie mij (leeds
verfmaên.
17. Men kookt het niet, men kaauwt het
niet, men drinkt het niet, men (likt het niet
door, en evenwel fmaakt het aan vde menfchen
zeer goed.
18. Van alle vocht, waarin men m^ werpt,
drink ik mij zoo vol, dat ik naar den bodem
van het vat zink; doch gunt men het mij niet,
men behoeft mij flechts een oogenblik te druk-
ken, om alles terug te kragen.
19.