Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
kwade gewoon.ten. 353
dat de aap den beer zijnen kop bijkan? afge-
beten had, zoo dat die kop nog flechts aan
een klein lapje vel was blijven hangen; en op
deze wijze handelde zij met alle dingen.
Hare ouders baden haar zeer hartelijk, om die
dwaasheid te fliaken, en zij wilde ook wel —
maar nu had zij zich die verkeerdheid zoo
zeer aangewend., dat zq dezelve naauwelijks
meer bemerkte. Ook wanneer zij het nog zoo
vast voorgenomen had, 'geen onwaarachtig woord
te fpreken, en niets overdrevens voort te
brengen, was het evenwel'reeds gefchied, eer
zö nog wist, dat zij haar voornemen verbro-
ken had.
' Langzamerhand werd lotje wegens deze
verkeerdheid zoo bekend, dat men haar lirg-
LoTjE begon te noemen, en, eenigen tijd na
den dood van hare ouders, had men haren
waren naam bijkans vergeten, en noemde haar
flechts nog bij dien bijnaam; ja vele menfchen
riepen haar zelfs, in gedachten, bij dien
naam.
Toen deed het haar zeer leed, dat zij hare
verkeerdheid niet reeds voorlang had afgelegd.
O ik pottin!" zeide zij dikwijls bq zich
zelve: „ waarom heb ik mij ingebeeld, dat
„ eene verkeerdheid, waarin men zich lang aan
„ een geoefend heeft, zich zoo Ügt Iaat afleg-
Z »,genV"