Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
M A T I G H e- I D , ï n Z. 3II
lijk maakten. „ Als het zoo gaan moet, was
„ ik liever een zwijnhoeder!" riep hans.
Eindelek kwam evenwel alles tôt ftand; maar
de vrouw van onzen hans bad het meeste
daaraan moeten doen. Nu was hans onge-
twijfeld vergenoegd? Hij zeide althans tegen
zijne vrouw, dat hij nu regt vergenoegd wil-
de zijn. „ Nu," dacht hans, „ hebt gij ver-
„ der niets te doen, dan den ganfchen dag
„ met uwe pijp. rond te loopen, en het oog
„ een weinig op alles te houden ! " Maar hij
bedroog zich. Nu eens werd hij, des nachts,
in zijnfen flaap geftoord, wanneer er volk
kwam. Dan weder moest liii, gedurende den
dag, hier en daar zijn; vooral wanneer er veel
volk was; hetgeen dikwijls gebeurde, omdat
het logement aan een' weg gelegen was, die
veel werd bereisd. Nu eens kkagden de gas-
ten, dat het bier zuur, en de jenever flecht
was; en dan weder twistten zij met hem over
de rekeningen, die zij betalen moesten'. Daar-
bij kwam, dat hij immer ver,'riet van zijne
knechten en meiden had, die hem bedrogen,
of bun werk niet ordelijk verrigrten. „ Ach!
„ geen mensch op aarde kan het zoo kwaad
y, hebben, als ik," zeide hans dikwijls in
eene opbruifing van te ontevredenheid. „ Dat
„ is imrters eene onrust, en een gewoel, den
X . „ gan-