Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
matisheio, enz. 31i
zeggen moesten. — „ Moeder zeide immers al-
„ tijd, dat die kost zeer gezond was." —
Nu, het is ook niet uit hoofde van deszelfs
„ ongezondheid, dat ik u de onthouding, daarvan
„ vargv" antwoordde de Heer t-oman; „ maar
M ik doe zulks, opdat gij moogt aanvangen,
„ om dingen, welke gij gaarne hebben zoudt,
„ te jeeren ontberen, zonder dat gij u deswege
y, juist voor zeer ongelukkig houdt."
„ Maar waarom moet men dat toch leeren?"
vroegen de kinderen al verder. „ Omdat gij
„ het in de wereld dikwijls noodig zult heb-
„ bea," antwoordde de vader. „ Onder duizend
y, wenfchen, die men voedt, kan dikwijls niet
y, een eenige vervuld worden. Heeft men dan
„ niet leeren ontberen, zoo denkt men, dat
„ men ongelukkig is, en men is ter neérgefla-
„ gen en bedrqefd."
De kinderen meenden, dat vader dit vast zoo
maar zeide — wam zoo dikwijls zou men immers
die kunst niet noodig hebben. — „ Niet?" fprak
de vader; wie was onlangs zoo treurig, en
„ den. geheelen dag door zoo misnoegd, toen
„ wij niet naar Kijndal rqdcn konden, zoo als
„ wij eerst voorgenomen hadden, en toen ik,
„ op den morgen van den beftemden dag, door
„ eene tusdhen beiden komende bezigheid,
„ weürhoudciv werd? TTc! wie kon dan toen
V 4 „ «J«^