Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
M A T I G H E f D ,
E N Z.
303,
„ moeten, eer wij bij de noten komen." —
„ Geen nood! geene zwarigheid!" riepen de
kinderen, „ wij zullën dat wel uithouden.""
„ Zijn wij er nog niet haast ? " rigp frede-
rik , de middelde der drie kinderen, toen zij
naauwelijks een kwartier uurs hadden gegaan.
„ Nog niet half," antwoordde de vader, en
frederik zweeg. Na een poosje ving frede-
rik wederom aan: „ Maar, vader 1 de weg
„ is toch ook al te leelijk, immer bérg op
„ en berg af; en men loopt genoegzaam over
„enkele fteenen!" — „Ik heb u immers
„ reed? gezegd," antwoordde de vader, „ dat
„ gij daarover niet klagen ".moet." Frederik
kwam 'fteeds een paar fchreden achter de an-
deren aankruipen, terwijl dezen, fchertlênde en
fpelende, vooruitliepen en fprongen. Tusfchen
beiden zuchtte hij, en zeide zeer zachtjes:
„ ik wenschte wel, dat ik te huis gebleven
was!." — „ Schaam u wat," zeide zijn vader,
die het wel gehoord had, „ dat gij onder
„ kleine onaangenaamheden zoo weekhartig zijt.
„ Er zijn zulke kleine onaangenaamheden in
„ de wereld zeer vele. Hoé ellendig is men
„ niet, als men dezelven niet heeft leeren
„ verdragen! De menfchen maken zich zeiven
„ immers het leven lastig, wanneer zij over
„ elke kleinigheid zuchten en klagen ! "
Zij