Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
301 z E. r. F B E « W A N G,
pleiu, geweldig gekneusd; en -al hare vreugde,
met al de vreugde der overigen, was verdwenen.
Men moest lotje uitkleeden; men moest
nazien, qf zi,j ook ergens eenig wezenlijk na-
deel gekregen had; want zij klaagde, dat zij
over haar geheele lijf pijnlijk was; men moest
de wonden uitwasfchen, en met plukfel verbin-
den; en LOTJE had vrij wat fmart uit te (laan.
„ Zoo gaat het," zeide haar vader. „ Men
„ verftoort zijne eigene vreugde, en die van
„ anderen, zeer dikwijls, als men zich te
„ zeer verheugt. Uitgelatene vreugde, en al
„ te groote droefheid, zijn niet flechts nadee-
„ lig voor de gezondheid, maar zij brengen
„ den mensch ook zoo zeer in verwarring
„ dat hij niet weet, wat hij doet."
• C X X V I I. •
, Men moet kleine ongemakken leeren verdragen.
„ Komt, kinderen!" zeide Mijnheer master
tegen zijne drie zonen, „ het is een fchoone
dag, „ wij willen op den kalkberg gaan, en
„ hazelnoten zoeken." — „ Zoo! zoo!" riepen
de knapen, sn zochten hunne hoeden. „ Maar,"
vervolgde de vader, „ dit zeg ik u tevens,
„ de weg is wat lang, en zeer fteenachtig,
„ en de berg is hoog, dien wij beklimmen
V, mnp-