Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
isS G Ê M O b R e A d M H E I "I)
gelitig, „ om dat ik vrees, dat gy mQ zulc
„ afwezen, als gy hooren zult, hoe veel ik
Vorder, eer ik dienst nemen kan. Ik moet
„ twee honderd rijksdaalders hebben; — o! die
„heb ik zeer noodig!"
Die eisch, en liet ganfche gedrag van het jon-
ge mensch, kwam den OfHczer zeer zonderling
voor. Hy was rijk en wilde toch weten, wat
de jongeling voor had: „ Het is veel, dat gy
„ vordert," zeide hy; „ maar gy zijt groot,
„ en wel opgewasfen. Ik wil u het geëischte
„ geven. Word flechts een braaf foldaat I "
De vreugde ftraalde den jongeling zigtbaar uit
zijne oogen; maar hq had nog ééne bede. „ Gij
„ moet my veroorloven," zeide hy, „ dat
,, ik, als ik het geld heb, nog éénen gang
f, doen tuag, om van die fom het noodige ge-
^ brBik te maken. Vrees niet, dat ik u ont*
„ vlieden zal; geef mfl ook in allen geval-
„ !e iemand mede." — „ Ik ga zelf met u,
„ ïwqn zoon!" zeide de Officier, en gaf hera
het geld.
De jongeling ging naar de plaats, waar de
gevangenen zaten; en de Officier ging met hem
tot aan den ingang. „ Is mqn vader vrq,''
zeide de jongeling tot den cipier, „ als ik
„ zijne fchulden betaal ? " — „ Ja, terftond! "
amwoorddc de cipier; „ zoodra gq mq hon-
derd